De groei van Chick'O Peas
Nasser Chaal startte Chick’O Peas omdat hij hummus en andere Midden-Oosterse
dips wilde maken “zoals ze horen te zijn”: puur, romig en vol smaak. Vanuit horeca en
speciaalzaken zet hij nu de eerste stappen richting retail, zonder in te boeten op kwaliteit of authenticiteit.
Met Chick’O Peas wil ondernemer Nasser Chaal de smaken van het Midden-Oosten
naar het brede publiek brengen. Wat begon als levering aan horeca en speciaalzaken, groeit stap voor stap richting retail. Zijn focus: authentieke recepturen, ambachtelijke bereiding en tegelijk een aanpak die schaalbaar blijft. Chaal groeide op tussen de potten en pannen. Zijn vader runde een Syrisch
restaurant, en al vroeg raakte hij gefascineerd door smaak en techniek. Tijdens zijn
studententijd in de horeca werd die interesse een echte passie.
Na zijn studies farmacie en enkele jaren in de farmaceutische industrie voelde hij dat het tijd was voor een eigen project. “Ik wilde hummus en andere hartige dips maken zoals ze horen te zijn: puur, romig en vol smaak, met respect voor de traditionele receptuur. Niet het geïndustrialiseerde product dat je vaak in de supermarkt vindt.” In 2024 startte hij Chick’O Peas
Opschalen zonder smaakverlies
Chick’O Peas begon als B2B-verhaal: de dips gaan naar restaurants, lunchbars, traiteurs en delicatessenzaken. Intussen zet Chaal ook de eerste stappen richting retail. “We willen onze producten toegankelijk maken voor een breder publiek. We combineren ambachtelijke productie met een schaalbare aanpak, zodat we kunnen groeien zonder in te boeten op kwaliteit of authenticiteit.”
De basis is bewust eenvoudig gehouden. Kikkererwten en tahini (pasta van sesamzaadjes) vormen de kern, aangevuld met ingrediënten uit het Midden-Oosten. Er komen geen onnodige oliën, smaakversterkers of industriële toevoegingen aan te pas. In het eigen atelier krijgen de kikkererwten
bovendien de tijd om volledig gaar te worden. “Dat proef je: het maakt onze
hummus extra romig.”
Naast hummus maakt Chick’O Peas ook baba ganoush (auberginedip) en muhammara (dip op basis van paprika en walnoten). Ook daar kiest het merk voor een traditionele receptuur en een smaak die dichter aanleunt bij versbereide dips dan bij industriële alternatieven.
Foodlab in Bierbeek als groeiversneller
Bij de verdere groei doken ook technische vragen op. Voor één product bleken textuur en smaakstabiliteit lastig te bewaken. Via zijn netwerk kwam Chaal terecht bij TRANSfarm Foodlab in Bierbeek. Daar werkt hij samen met andere foodstart-ups en krijgt hij ondersteuning om recepten te verfijnen en productie op te schalen. Dankzij de innovatiesubsidie die het consortium dit jaar ontving van Smart Hub Vlaams-Brabant kan die samenwerking versnellen.
Chaal brengt op zijn beurt vooral de ondernemersrealiteit binnen: hoe vertaal je een
traditioneel product naar een economisch haalbaar concept zonder toegevingen
op kwaliteit? Hij ziet bovendien kansen in duurzame, plantaardige voeding en in
het slimmer benutten van reststromen. Zo bekijkt Chick’O Peas hoe aquafaba (het
kookvocht van kikkererwten) kan dienen als bruikbaar ingrediënt.
Van starterstraject naar schaalbaarheid
De ambitie is duidelijk: Chick’O Peas moet uitgroeien tot een referentie voor Midden-Oosterse dips. Op korte termijn wil Chaal het assortiment uitbreiden met nieuwe hummusvarianten; op langere termijn wil hij ook andere producten uit de regio ontwikkelen.
Chaal wil vooral gezond en duurzaam groeien, met aandacht voor product,
markt en marge. Zijn advies aan starters is nuchter: bouw eerst een stevige basis en
probeer niet alles tegelijk. “Leer je product, je markt en je business écht goed kennen. Groei volgt vanzelf als de basis klopt.”